Al maanden vraag ik mij af wat ‘echte banen’ zijn. Ik zie de term regelmatig voorbijkomen in nieuwsitems en het maakt me nieuwsgierig. Zijn er banen die ‘niet echt’ zijn? En levert het werk wat je dan doet niets op? Volgens FNV zijn ‘echte banen’ banen met zekerheid, kwaliteit en koopkracht en is het tegenovergestelde daarvan een tijdelijk contract.

Veel werkgevers die ik spreek geven aan behoefte te hebben aan flexibiliteit. Arbeidskosten vormen een substantieel deel van de constante bedrijfskosten. Deze wil men zo laag mogelijk houden, zeker wanneer de markt schommelt. Ik kan veel werkgevers goed begrijpen. Ze zijn afhankelijk van een onzekere inkomstenstroom, (productie)technieken veranderen en maken het mogelijk om met minder werknemers te werken. Dit vereist dat een onderneming wendbaar is en dat haar werknemers hierin mee kunnen gaan.

Het ene jaar wil je houtpulp maken, een aantal jaren later wil je mobiele telefoons maken. Je groeit, wordt marktleider, en nog een aantal jaren later moet je voor meer dan de helft krimpen omdat je die positie weer bent kwijtgeraakt (Nokia).

Het voorbeeld van Nokia is misschien extreem, maar voor veel bedrijven spelen dit soort keuzes op bescheiden niveau ook. Flexibiliteit gaat om meer dan alleen het ontslaan van mensen, of het aantal contracten dat je een medewerker kunt bieden in twee jaar tijd. Het gaat om het meebewegen van het personeel met het bedrijf.

Er is veel diversiteit onder werknemers met een tijdelijk en/of flexibel contract. Sommige mensen kiezen er bewust voor, sommige niet, weer andere maakt het niet zo veel uit. Er zijn werkgevers die hun flexibele medewerkers net zo behandelen als hun vast krachten. Bij bepaalde werkgevers krijgen deze werknemers veel minder kansen en werken ze in onzekerheid. Om alle werknemers met een tijdelijk contract over een kam te scheren lijkt mij niet goed. Toch zijn er veel werknemers die leven in onzekerheid, die soms niet weten of ze de volgende maand nog wel werk hebben. En in het geval dat ze werk hebben, voor hoeveel uur dat dan is. Daarnaast is het vaak lastig om een hypotheek te krijgen en zijn ze ‘in between jobs’ afhankelijk van de nukken van het UWV. Bovendien worden werknemers niet gecompenseerd voor deze onzekerheid. Niet door werkgevers en niet door de overheid.

Ik vraag mij af waarom verbetering van zekerheid, kwaliteit en koopkracht per se haaks staat op flexibiliteit. Zijn het twee tegenpolen die niet verenigbaar zijn en moet je kiezen voor het een of het ander? Werkgevers- en werknemersorganisaties nemen zo stellig een standpunt in, dat het haast onmogelijk lijkt om met een compromis te komen.

Helaas heb ik geen pasklare oplossing om uit deze impasse te komen, maar ik denk dat een uitweg begint met wederzijds begrip voor elkaars situatie. Het zou goed zijn als werknemers(bonden) zouden erkennen dat er behoefte is aan flexibiliteit bij werkgevers. Andersom moeten werkgevers(bonden) erkennen dat er soms grote ongelijkheid is tussen werknemers met een tijdelijk en met een vast contract. Mogelijk zit de uitkomst dan niet in de duur van een contract, of de hoogte van een ontslagvergoeding, maar in de status die een werknemer met een tijdelijk contract heeft. De flexibele werknemer van de toekomst moet met trots kunnen zeggen dat hij een ‘echte’ tijdelijke baan heeft.